Een conflict binnen het Surinaamse leger!

Tuesday 26 February , 2019317

Aan mij werd bij de herdenking van de revolutie, voor de zoveelste keer de vraag gesteld, “heeft Nederland de onderofficieren aangezet tot het plegen van een coup”? Voordat wij inhoudelijk deze vraag gaan beantwoorden, zal ik het conflict benoemen. Het ging formeel om de vraag of het grondwettelijk toegestaan was om een vakbond binnen het leger op te richten.

De toenmalige minister-president de heer Henck Arron, had dit uitgangspunt als leidmotief gehanteerd om de gerechtvaardigde eisen van de onderofficieren te omzeilen. Ondanks het feit dat de commissie Abendanon het vraagstuk had bestudeerd en een rapport had uitgebracht, waardoor de regering goed op de hoogte was van de problematiek, heeft de minister-president bewust de zaak laten escaleren door de militairen padvinders te noemen.

Als hoge ambtenaar op Binnenlandse Zaken met ruime bestuurlijke kennis was ik bijzonder geïnteresseerd in het verloop van dit conflict, maar meer nog omdat ik vele vrienden onder de militairen had.

De onderofficieren die onder de mama bong tegenover het parlement zittend protesteerden stonden onder leiding van een nog op te richten vakbondsbestuur. Deze militairen zaten op een afstand van minder dan één meter van mijn werkplek op Binnenlandse Zaken.

Het gebeurde dat het voltallig bestuur, soms onder leiding van Sergeant- Majoor Bouterse of Sergeant-Majoor Sital, regelmatig de stoep van het ministerie betrad om een praatje met mij te houden. Bij deze ontmoetingen kwamen allerlei onderwerpen aan de orde. Zo werd diepgaand de kwestie van het oprichten van een vakbond onder de loep genomen.

Duidelijk was dat de militairen in overeenstemming met artikel 8 van de Grondwet van 1975 handelden, welke handeling de regering niet bereid was te eerbiedigen.

De spanning in het land werd met de dag erger en de actie van de militairen kreeg sympathie van de bevolking en groeide uit tot een nationaal conflict.

Wanneer je bij deze soort samenkomsten, waarbij militairen hulp zoeken in het verbreden van hun inzichten op het bestuurlijke vlak, betrokken raakt lijkt het spreekwoord “in het land der blinden is één oog koning” van toepassing.

Deze taferelen speelden zich af vanaf 1978 tot min of meer begin 1980, omdat ik toen in verband met de voorbereidingen van de verkiezingen van maart 1980, naar het binnenland moest vertrekken. Intussen hadden de onderofficieren een advocaat op mijn advies in de arm genomen.

Bij al deze ontmoetingen ook in het geheim, heb ik nooit een signaal kunnen opvangen dat deze onderofficieren werden aangestuurd door een mentor van buiten. Omdat reeds in het prille begin, de gedachten die opkwamen voor een oplossing, gingen in de richting van de macht in het land overnemen.

Het werd ernstig toen de militairen in de kazerne onder schot werden gehouden en Sital, Neede en Abrahams van het voorlopig bestuur werden gearresteerd. Daarom kan de Officier Drs. Michel Van Rey de 1e minister van Defensie na de onafhankelijkheid van de Republiek Suriname, voor mij nooit een landverrader genoemd worden. Zijn bijdrage is bij mij en Bouterse bekend.

Reden waarom ik Laurence Neede gevraagd heb zijn uitspraak te corrigeren en hij is het roerend met mij eens. Het was een slip op de tong.

De regering was voldoende geïnformeerd en de toenmalige onderminister belast met defensie aangelegenheden de heer Mr. Willemzorg probeerde langer dan een week voor de coup, de minister-president te ontmoeten om hem uit eerste hand die informatie te geven. Hij vertelde mij de heer Arron in Santo Boma ontmoet te hebben en hem bij het bijpraten toen vertelde waarvoor hij hem nodig had.

Als Nederland een bijdrage heeft geleverd bij het tot stand komen van de coup van de onderofficieren in 1980, dan is daarbij subtiel de grondslag gelegd bij het rekruteren van de officieren en onder officieren in Nederland om in het Surinaamse leger te komen dienen, omdat de primaire aanleiding van het conflict in het leger toen was het verschil in bezoldiging tussen de militairen uit Holland en de plaatselijk aangetrokken Surinaamse militairen.

De toepassing van de suppletieregeling was een tijdbom en die kan inderdaad bewust zijn geplaatst door Nederland.

Eugène van der San


Onze Partners
 
Staatsolie
SWM
Telesur
Grassalco
SZF
Surinaamse Luchtvaart Maatschappij
Energie Bedrijven Suriname “EBS”